Het Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam is hard op weg het eerste technische UMC in Nederland te worden. Het is de ambitie om nationaal en internationaal leidend en onderscheidend te zijn in het vormgeven van de gezondheidszorg van de toekomst door de inzet van technologie. Hoe fundamenteel anders ziet die gezondheidszorg van de toekomst er uit? Hoe zet het Erasmus MC technologie in om hun ambitie waar te maken? We vragen het Simon Vermeer, sinds 2015 CIO en verantwoordelijk voor IT en medische technologie.
Willen we over 10 jaar hetzelfde zorgniveau als nu, dan moet er echt wat gebeuren De World Health Organization (WHO) meet het niveau van gezondheidszorg aan de hand van vier onderdelen. Er wordt gekeken naar de kwaliteit van de zorg, de levensverwachting van de populatie, de kosten van de zorg en tot slot het welbevinden van zorgmedewerkers. Met de verwachte stijging van de zorgkosten en het groeiend tekort aan personeel, komen de vier onderdelen direct of indirect behoorlijk onder druk te staan. “Om mij heen hoor ik vaak dat technologie hét wondermiddel is om onze gezondheidszorg op niveau te houden”, zegt Simon. “Ik verwoord het liever wat realistischer. Technologie kán op alle onderdelen een deel van de oplossing zijn en dat gaat zeker niet vanzelf.” De nuchtere Simon is meer van het principe: eerst zien dan geloven. “Laten we nou niet denken dat we met een paar slimme appjes de zorg in een jaar totaal kunnen veranderen. Ik denk alleen dat we ons geen voorstelling kunnen maken hoe de zorg er over tien jaar uitziet.”
Patiëntreis
In de zorg wordt vooral gekeken naar de beschikbaarheid van nieuwe technologie. Hoeveel moeite het kost om die technologie te implementeren en op te schalen, krijgt veel minder aandacht terwijl daar nogal wat bij komt kijken. Dat betekent samenwerken met andere partijen en het vraagt iets van mensen op het vlak van gedrag, competenties en capaciteit. Simon verheldert: “Een eenvoudige nieuwe app kan je in een paar weken invoeren. Als dat vervolgens betekent dat we een hele zorgafdeling moeten reorganiseren, dan kost me dat misschien wel jaren.” Op de poli van het Erasmus MC hebben ze daar praktijkervaring mee. Zo wordt voor het programma ‘Digitaal Verbonden’ een app ontwikkeld om de patiëntreis te ondersteunen. “Met de app kunnen patiënten o.a. zelf een afspraak maken. Dat kan bij talloze andere organisaties al lang en technisch is dat niet zo heel ingewikkeld. Iemand krijgt direct na een doorverwijzing van z’n huisarts in de app drie opties voor een afspraak bij onze poli. De patiënt tikt één van die opties aan en de afspraak staat. Bij aankomst in het ziekenhuis meldt de patiënt zich met z’n ID aan bij een aanmeldzuil die hem herkent en precies ‘vertelt’ waar de poli is.”
Welbevinden zorgpersoneel
Simon vervolgt: “Als je met zo’n app en aanmeldzuil begint, verander je in het primaire proces best veel waarmee je het welbevinden van je personeel raakt. We lopen er bijvoorbeeld tegenaan dat onze mensen hun werk juist zo leuk vinden vanwege het directe patiëntcontact. Patiënten zien en spreken is zinvol werk, dat hen energie geeft.” Ook patiënten willen graag mensen zien als ze binnenkomen. Na heel wat discussie heeft het Erasmus MC toch besloten die zuil bij de ingang te plaatsen om het aanmelden te automatiseren. Vrijwilligers lopen rond om mensen een handje te helpen als dat nodig is. Uiteindelijk blijken de meeste mensen de efficiëntie nu toch wel fijn te vinden. Zo’n zelfde ontwikkeling is de Alviscan zelfmeet-kiosk. Patiënten kunnen hiermee vlak voor hun afspraak met de arts zelf hun vitale waardes meten die direct beschikbaar zijn in het elektronisch dossier. Dit scheelt artsen en verpleegkundigen kostbare tijd en patiënten worden meer betrokken bij hun eigen zorgproces.
“HET PRIMAIRE PROCES MOET ZELF WAT MEER IT WORDEN. VOORAL ALS HET GAAT OM HET GEBRUIKEN VAN DATA. DAARMEE KUNNEN WE ONZE PROCESSEN OPTIMALISEREN EN ZELFS VOORSPELLENDE MODELLEN MAKEN.”
Digitaal Dichtbij
De visie van het Erasmus MC is dat IT steeds meer integreert in het primaire proces. “Dicht bij de klant”, noemt Simon het. “En nog belangrijker, het primaire proces moet zelf wat meer IT orden. Vooral als het gaat om het gebruiken van data. Daarmee kunnen we onze processen optimaliseren en zelfs voorspellende modellen maken.” Simon legt uit dat hij daar in coronatijd samen met de Intensive Care (IC) al veel profijt van heeft gehad rondom het grote tekort aan IC-bedden. “Coronapatiënten op de IC werden voortdurend gemonitord. Dat leverde ons een berg data op waar we algoritmes op loslieten om te voorspellen welke mensen eerder naar de kliniek konden worden overgeplaatst vanwege een positieve trend in hun ziektebeeld. Bij de kliniek deden we precies het omgekeerde. Daar probeerden we met data te voorspellen welke mensen in de problemen zouden komen zodat we op tijd konden ingrijpen om te voorkomen dat zij naar de IC moesten.” Het vergde wat oefening maar Simons IT-afdeling heeft hierin samen met de collega’s van de IC een mooi traject gelopen en veel geleerd. Het succes laat precies zien wat het kan opleveren als je technologie dichtbij de zorg brengt en de zorg zelf technologie omarmt. ‘Digitaal Dichtbij’ noemen ze dat bij het Erasmus MC.
Klappertje op de voeten van de patiënt
De eigen IC-bedden waren in coronatijd niet de enige zorg voor het Erasmus MC. Vanuit Rotterdam werd de coördinatie en registratie van alle IC-bedden in Nederland gedaan. Nooit eerder moesten patiënten op zo’n grote schaal door heel Nederland worden verplaatst. “We waren in die tijd vooral bezig met de vraag hoe we de meest noodzakelijke patiëntengegevens met de patiënten meekregen. Regionaal hadden we digitaal uitwisseling van gegevens een beetje voor elkaar, maar landelijk was dat vrij dramatisch. De Nederlandse gezondheidszorg staat hoog in de ranglijst van de WHO, maar wij leggen een klappertje met medische gegevens op de voeten van de patiënt die verplaatst moet worden naar een ander ziekenhuis. Dat is gek.”
“IK BEN ALTIJD VOORSTANDER GEWEEST VAN DE GEDACHTE ACHTER XDS, MAAR IK BEN HET GELOOF ERIN INMIDDELS WEL EEN BEETJE KWIJT.”
Geloof een beetje kwijt
Door de komst van Covid snapte iedereen dat er acuut een oplossing moest komen om landelijk digitaal informatie uit te wisselen. Binnen de gezondheidszorg werd al langere tijd geprobeerd om uitwisseling van patiëntgegevens via bijvoorbeeld een XDS-netwerk te organiseren. Simon is daar best kritisch over: “XDS is gebaseerd op een netwerk met verschillende knooppunten die allemaal als doorgeefluiken opereren. We zijn met z’n allen nu al tientallen jaren bezig om dit landelijk dekkend netwerk op te zetten. Nog altijd lukt het onvoldoende om dit ook grootschalig in te zetten in het primaire zorgproces. Het moment om na te denken of je wel met het juiste bezig bent, is wel bereikt. Ik ben altijd voorstander geweest van de gedachte achter XDS, maar ik ben het geloof erin inmiddels wel een beetje kwijt.”
Eerste mechanisme dat wel werkt
Na de zomer kwam de uitrol van het Twiin Portaal op gang en dat werkt volgens de DICOM mail standaard. Hierin geen knooppunten. Slechts één netwerk waarover zorginstellingen rechtstreeks radiologiebeelden met elkaar kunnen delen met behulp van DICOM Mail. Simon: “Dit mechanisme is veel eenvoudiger te realiseren, eenvoudiger te onderhouden en stukken goedkoper. Hanteer je vervolgens internationale standaarden, dan is het voor alle zorgpartijen veel simpeler om er op aan te sluiten. En tot slot heb je te maken met veel eenvoudigere governance; je hebt maar één partij nodig om het te beheren.” Volgens Simon is een meer centrale infrastructuur onmisbaar in de netwerkzorg zoals we die tegenwoordig kennen. Huisartsen, ziekenhuizen, revalidatieklinieken, ze werken allemaal samen om patiënten de best mogelijke zorg te bieden. Het gebruik van klappertjes en DVD’s om elkaar patiëntgegevens door te spelen, kan echt niet meer. “Met het Twiin Portaal kunnen zorginstellingen digitaal snel, makkelijk en veilig informatie met elkaar delen. Het is het eerste mechanisme dat echt werkt en makkelijk opschaalt. Dat er nu al zoveel beelden over het netwerk gaan, vind ik een goed teken.” Simon weet dat het uitwisselen van radiologiebeelden een specifiek terrein is. “Je hebt een partij nodig die daarin z’n sporen heeft verdiend. Ik vind het een heel veilig idee dat de uitvoering van het Twiin Portaal na een aanbestedingsprocedure werd toegewezen aan Alphatron Zorgverbinders; een partij die echt weet waar die het over heeft.”
“IK VIND HET EEN HEEL VEILIG IDEE DAT DE UITVOERING VAN HET TWIIN PORTAAL NA EEN AANBESTEDINGSPROCEDURE WERD TOEGEWEZEN AAN ALPHATRON ZORGVERBINDERS; EEN PARTIJ DIE ECHT WEET WAAR DIE HET OVER HEEFT.”
Eenvoud is de kracht
“De realisatie van het Twiin Portaal is razendsnel gegaan”, vervolgt Simon. “Eenvoud is de kracht ervan. Wat we hiervan kunnen leren is dat een meer centrale infrastructuur werkt. De volgende stap die we moeten maken is de mogelijkheid om ook data centraal op te slaan. Af van de situatie dat de medische informatie van een patiënt overal verspreid staat. Data rond de zorg voor een patiënt op één plek, zodat het hele netwerk aan zorgverleners toegang tot dezelfde informatie heeft. Centraal opslaan indien nodig, en meer denken aan delen in plaats van uitwisselen. En ja, dan komt al snel de discussie over het landelijk EPD weer boven drijven. ” Volgens Simon moeten we in Nederland af van het idee dat een centraal EPD gevaarlijk of onveilig is. “Binnen de zorginstellingen in Nederland is het niveau van digitalisering en automatisering hoog. We missen alleen het laatste stuk, waarbij we landelijk en regionaal makkelijk digitaal patiëntengegevens kunnen delen. Het lijkt wel alsof we op dat gebied nauwelijks verder gekomen zijn de afgelopen twintig, dertig jaar.”
Voorkomen is de beste bezuiniging
Met de ambitie om het eerste technische UMC van Nederland te worden, heeft het Erasmus MC al veel geïnvesteerd in digitalisering. Dat maakt het mogelijk om steeds meer processen te automatiseren en efficiënter te kunnen werken. “Met het schrikbarende capaciteitstekort en stijgende zorgkosten in het verschiet, hebben we de luxe niet om er voor te kiezen die investeringen niet te doen. Willen we over tien jaar hetzelfde zorgniveau als nu, dan moet er echt wat gebeuren. De zorg gaat de komende jaren hoe dan ook enorm veranderen. We zien nu al een sterke verplaatsing van zorg naar de eigen woonomgeving van mensen. Het wordt steeds meer hybride.” Daarnaast verwacht Simon dat met algoritmes en kunstmatige intelligentie grote slagen gemaakt kunnen worden op het gebied van preventie. “We zijn al best ver met algoritmes rondom beeldverwerking. Kwaadaardige cellen of een vaatafwijking worden veel sneller herkent dan voorheen. Daarmee kunnen we veel schade voorkomen. In de zorg is repareren duurder dan voorkomen. Preventie is de allerbeste bezuiniging die we kunnen organiseren in onze zorg.”
